- Nieuws
- E-Tools
- Over ons
- Ondernemers
- Particulieren
- Online schadeaangifte
Uw pensioen wordt begrensd op 6.000 euro/maand

De regering wil de realiteit dat werknemers met hogere lonen ook recht hebben op hogere aanvullende pensioenen, een halt toe roepen. Voortaan mag de som van uw wettelijk en uw aanvullend pensioen niet hoger zijn dan het hoogste ambtenarenpensioen. Zo niet, volgt een fiscale afstraffing.
Aanvullende pensioenen zijn erg gegeerd omdat elke euro gestort in een groepsverzekering netto meer oplevert dan een loonsverhoging met hetzelfde bedrag. Maar omdat de fiscus dat ook weet, heeft hij een grens opgelegd. Overschrijdt u die grens, dan zijn de betaalde premies niet langer fiscaal aftrekbaar. Die grens heet de 80%-regel.
Het regeerakkoord voegt een nieuw plafond toe in die 80%-regel. Momenteel zegt de regel dat de som van het aanvullend en het wettelijk pensioen niet hoger mag zijn dan 80% van uw laatste normale brutojaarbezoldiging. De grens is dus voor iedereen anders en stijgt naarmate uw loon stijgt. Hoe hoger uw loon, hoe groter het aanvullend pensioen dat u fiscaalvriendelijk kunt opbouwen.
Dat zogenoemde 'Mattheus-effect' (wie veel heeft, krijgt veel) wordt in het regeerakkoord een halt toegeroepen. "De 80-procentregel blijft bestaan, maar er wordt een tweede grens aan toegevoegd", zegt Pieter Gillemon van PricewaterhouseCoopers (PwC). De som van uw wettelijk en uw aanvullend pensioen mag nog steeds niet hoger zijn dan 80 procent van uw laatste brutojaarloon. Die som wordt nu bijkomend begrensd op het niveau van het hoogste ambtenarenpensioen. Dat bedraagt circa 6.000 euro per maand. De bovengrens komt daardoor te liggen op ongeveer 72.000 euro.
Aanzienlijke impact op pensioenkapitaal
Bijgevolg wordt de fiscale aftrek voor het aanvullend pensioen afgetopt voor iedereen met een jaarloon van meer dan 90.000 euro (72.000/0,8). “Dat zijn inderdaad de betere verdieners, maar het is toch een relatief grote groep”, oordeelt Philip Maertens partner bij PwC. En de impact is aanzienlijk, leert het onderstaande rekenvoorbeeld.
Stel dat u 120.000 euro per jaar verdient. De huidige 80%-regel legde de grens van uw wettelijk en aanvullend pensioen op 96.000 euro. Dat wordt 72.000 euro. Volgens de oude 80%-regel kon een werknemer met dat loon en met een geschat wettelijk pensioen van 25.000 euro, een aanvullend pensioenkapitaal opbouwen van 1,1 miljoen euro (bij uitkering op 65 jaar). De bijkomende grens topt dat af op 760.000 euro. Voor een zelfstandige bedrijfsleider, die een geschat wettelijk pensioen van 15.000 euro heeft, daalt het maximaal fiscaal aftrekbaar op te bouwen aanvullend pensioenkapitaal op 65 jaar van 1,3 miljoen euro naar 900.000 euro.
Slechter af dan ambtenaren
“We zijn niet gelukkig met de regel, maar we hopen dat deze regel de deur opent voor een actualisering van de fiscale factoren die gebruikt worden bij het omzetten van het pensioenkapitaal in rente”, merkt Gillemon op. Die conversiefactoren dateren nog uit de prille jaren 80 en houden geen rekening met de inmiddels gestegen levensverwachting. “Pas je ze niet aan, dan zullen werknemers en bedrijfsleiders voortaan slechter af zijn dan ambtenaren”, is zijn oordeel.
Groepsverzekering nog aantrekkelijk alternatief?
Omdat een loonsverhoging zo zwaar belast wordt, zal een groepsverzekering voor een werknemer een aantrekkelijk alternatief blijven, oordeelt Gillemon. “Maar voor de bedrijfsleider wiens vennootschap een normaal tarief in de vennootschapsbelasting betaalt, zal dat niet altijd meer het geval zijn.”
Gillemon raadt werknemers, bedrijfsleiders en werkgevers in elk geval aan om hun pensioenplannen tegen het licht te houden. “Zowat alle plannen vermelden de 80%-grens als bovenlimiet voor de stortingen. Tot nu toe was dat meestal een theoretische grens. Maar door het nieuwe plafond zal die clausule wel van tel worden voor heel wat plannen. “Laat u die clausule staan, dan zal uw uiteindelijke pensioenkapitaal lager liggen dan tot nu toe afgesproken. Maar als u vasthoudt aan het eerder vooropgestelde pensioenkapitaal, overtreft u de 80%-grens en gaat de fiscale aftrekbaarheid verloren”, legt hij uit.
Perverse effecten
Lut Sommerijns, pensioenexperte Loyens en Loeff, wijst erop dat de sanctie voor het overschrijden van de bovengrens het wegvallen van de fiscale aftrek voor de werkgever is. “Dat heeft perverse effecten. Het betekent dat alleen de bedrijven die de vennootschapsbelasting betalen, getroffen worden. Wie sowieso geen belastingen betaalt, zal hier niet van wakker liggen.” Uit een recent onderzoek blijkt dat het gemiddelde belastingtarief voor multinationals heel wat lager ligt dan voor kleine kmo’s. Bedrijven die de voorbije jaren veel verlies leden, zullen hiervan evenmin de eerste jaren een impact voelen dankzij de fiscaal overdraagbare verliezen.
Sommerijns betreurt ook dat de 80%-regel gelinkt blijft aan het laatste brutoloon. “Ik pleit allang voor een hervorming van dat systeem. Het treft mensen die in het laatste deel van hun loopbaan minder gaan verdienen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn nu de overheid het brugpensioen wil terugschroeven en ons langer aan het werk wil houden.”






